De Integrale Circulaire Economie Rapportage 2025 is het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) waarin wordt gekeken naar hoe het staat met het behalen van de Nederlandse doelen voor de circulaire economie. Er is afgesproken dat Nederland in 2050 circulair moet zijn. Als tussendoel moet in 2030 het gebruik van abiotische grondstoffen gehalveerd zijn. Hieruit halen we de grondstoffen die we gebruiken voor kleding, meubels, infrastructuur, elektronica en ga zo maar door. Het is “heel erg onwaarschijnlijk” dat we dit doel gaan halen volgens het PBL. Ze omschrijven het dan ook als een crisis in slow motion. Een crisis die gaat over onze leefomgeving, consumptiegedrag en -mogelijkheden, toegang/gebruik van (kritieke) grondstoffen en geopolitieke verhoudingen, biodiversiteit, klimaat, sociale rechtvaardigheid, en milieu.
“De nieuwe ICER rapportage geeft een scherpe analyse van de stand van zaken in de omschakeling naar een circulaire economie in Nederland. Helaas is die niet bepaald rooskleurig. Het rapport benoemt een te grote focus op (laagwaardige) recycling en gebrekkige vooruitgang op de circulaire doelstellingen voor 2050.” Dit schreef BKN in 2023 naar aanleiding van de presentatie van de vorige ICER. Nu, twee jaar verder, kunnen we eigenlijk hetzelfde schrijven.
Het lijkt bijna een mode-item om de geopolitieke situatie te benoemen om aan de slag te gaan met de circulaire economie, maar het verminderen van grondstoffen – en de afhankelijkheid uit andere landen – heeft altijd een centraal onderdeel gevormd van het belang van circulair beleid. Vaak lag er een, logische, nadruk op circulariteit vanuit het oogpunt van duurzaamheid en het verminderen van onze milieu- en klimaatdruk. Door ontwikkelingen in de geopolitieke verhoudingen moet het besef inmiddels wel zijn ingedaald dat de vanzelfsprekendheid van hoe we als maatschappij grondstoffen gebruiken er af moet. In de ICER wordt hier duidelijk aandacht aan besteed, maar in beleid en onze samenleving mist dit nog.
We zien landen als Rusland, China en de Verenigde Staten wereldwijd druk uitoefenen op andere landen en gebieden om kritieke grondstoffen veilig te stellen voor de eigen economie, ook Europese landen doen dit al jarenlang in het Mondiale Zuiden. In dit licht bezien is het niet uit te leggen dat er een geopolitieke strijd plaatsvindt om (kritieke) materialen, terwijl wij deze door de shredder halen of verbranden, vanuit het idee van kostenefficiëntie.
De crisis in slow-motion heeft direct impact op sociale rechtvaardigheid, de circulaire economie kan dan ook niet los worden gezien van een inclusieve en sociale economie. Niets voor niets zijn kringlooporganisaties dan ook inclusieve werkgevers. Helaas zien we dat het PBL de boodschap onderschrijft dat de circulaire economie een brede coalitie aanspreekt waarin economische, ecologische en sociale vraagstukken samenkomen, maar dat momenteel de nodige stappen vooral gedragen worden door een selecte groep; met name vanuit het perspectief van verduurzaming.
Binnen de circulaire transitie moet meer aandacht komen voor opleidingen en omscholing. Er zijn veel handen nodig en juist daar biedt een inclusieve werkomgeving kansen. Ook voor mensen met een ondersteuningsvraag die door fouten binnen het oude systeem niet mee kunnen doen. Hier spelen kringlooporganisaties een cruciale rol: zij passen het systemen aan zodat iedereen weer mee kan doen. Maar ook voor onze sector is dit een financiële uitdaging vanwege hoge kosten en te lage vergoedingen. Zolang we arbeid meer belasten dan grondstoffen gaat de circulaire transitie nooit écht vaart nemen.
In navolging van het Circulair Materialenplan, het Beleidsprogramma Circulair Textiel, of de eerdere reactie op het rapport ‘Weg van de Wegwerpmaatschappij’ zien we dat de circulaire economie een mooie ambitie is, maar dat concreet en daadkrachtig beleid uitblijft. Hierboven zijn al verschillende problemen omschreven, inclusief oplossingsrichtingen. Wat nu mist in de uitvoering van het circulaire beleid is het maken van kritische keuzes. Daarom blijven wij oproepen om met concrete maatregelen te komen, denk aan:
De kringloop wordt in de nieuwe ICER helaas alleen genoemd in het kader van kringlooplandbouw. In tegenstelling tot eerdere edities zien we dat circulaire ambachtscentra wel een plek hebben gekregen, als manier waarop stimulerend en faciliterend gewerkt wordt voor de noodzakelijke transitie. Binnen de ICER en het circulaire beleid zien we, gelukkig, niet alleen stilstand.
Helaas moeten we wel twee jaar na het verschijnen van de vorige ICER concluderen dat er te weinig is veranderd. We zien veel energie bij ondernemers, brancheverenigingen, organisaties en anderen om concreet aan de slag te gaan met de circulaire economie, nu moet de overheid de urgentie gaan voelen om deze crisis in slow-motion te keren.
Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over de kringloopbranche van Nederland?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.
E ofni.[antispam].@kringloopnederland.nl
T 030 341 00 55
Bezoek- en postadres
2e Daalsedijk 6a
(UCo, Utrecht Community)
3551 EJ Utrecht
Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over de kringloopbranche van Nederland? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.
©2023 Branchevereniging Kringloop Nederland
E ofni.[antispam].@kringloopnederland.nl
T 030 341 00 55
Bezoek- en postadres
2e Daalsedijk 6a
(UCo, Utrecht Community)
3551 EJ Utrecht
Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over de kringloopbranche van Nederland? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.